JO19

Algemeen

De spelers komen meer in evenwicht met zichzelf en met hun omgeving. Duidelijk is geworden of aan de eisen die de sport stelt, kan worden voldaan of niet. Keuzes voor verder gaan, verder intensiveren of voor de gezelligheid op een lager niveau doorspelen worden in deze fase gemaakt. De overgang naar de senioren is een heel belangrijk moment of een speler ook op lange termijn voor het voetbal kiest. Elke club doet er dan ook verstandig aan om een duidelijk beleid op dit gebied te formuleren. Hoe laten we A-junioren alvast wennen aan het seniorenvoetbal ? De lichamelijke groeiontwikkeling laat meer spierontwikkeling en normalisering van verhoudingen zien. Bij het voetballen wordt gewerkt aan het ontwikkelen van de teamprestatie. Het gaat om de inbreng en kwaliteit die een ieder weet te brengen om een zo goed mogelijk resultaat als team neer te zetten. Ultieme uitdaging voor de coach is dat elf spelers hetzelfde waarnemen en interpreteren en in overeenstemming met hun taak en positie in het veld, zo effectief mogelijk handelen. De A-junioren kunnen het voetbal vaak al op een volwassen manier spelen. Meestal is de favoriete positie bekend. Er kunnen afspraken gemaakt worden over verschillende teamorganisaties. A-junioren zijn rijp om zich te concentreren op de basistaken die bij een positie horen. Je kunt ingaan op zaken als team- en individuele tactiek. De specifieke kwaliteiten van een speler worden bij deze leeftijdsgroep gebruikt voor het team. De fysieke belastbaarheid wordt nog groter en naast beter en vaker handelen kan in deze leeftijdscategorie meer aandacht besteed worden aan het volhouden van beter en vaker handelen. Uiteraard blijft een hoge belasting wel afhankelijk van de individuele conditie en die kan door onder andere een verkeerd leefpatroon tegenwoordig ook bij A-spelers erg wisselend zijn.

Profiel van een trainer-coach voor de A-jeugd.

Een goede trainer/coach van de A-jeugd eist van zijn spelers dat ze fit aan een wedstrijd beginnen. Hij is heel eerlijk en consequent en heeft overwicht op zijn spelersgroep. Daarnaast beschikt hij over kennis en inzicht in de basisprincipes van teamorganisaties (bijv. 1-4-3-3). Bij de oefenstofkeuze vergeet hij nooit de elementen ‘plezier, beleving en wedstrijdgerichtheid’. De trainer moet heel duidelijk zijn in wat hij wil aangeven, wat er goed gaat en wat er fout gaat. Voor de wedstrijd kan hij ook een goed voetbalverhaal (bespreking) vertellen. Ook is hij nog jong genoeg van geest om zich te kunnen verplaatsen in de belevingswereld van deze spelers. De A-coach mag veeleisend zijn t.o.v. zijn team en niet te snel tevreden in relatie tot wat de doelstelling moet opleveren. Hij weet dat hij veel aandacht aan het motiveren van zijn spelersgroep zal moeten besteden en reserveert tijd voor persoonlijke gesprekken, waarin hij duidelijk vertelt waarom hij bepaalde beslissingen genomen heeft. Hij moet zeer goed kunnen communiceren. Dit is een van de belangrijkste eigenschappen van deze trainer-coach. Hij kan duidelijk overbrengen wat hij van de spelers verwacht en eist. De A-junioren trainer-coach gebruikt de hedendaagse mondigheid bij deze spelers om hen te betrekken bij de doelstellingen van het team, zodat zij zich ook verantwoordelijk voelen voor de gang van zaken bij het team. Bij het voetballen wordt ook verder gewerkt aan het specialiseren in een bepaalde taak. De A-junior is beter bestand tegen weerstanden en moeilijkheidsfactoren in het spel. Het onrustige, in een te hoog tempo, dat zo kenmerkend is voor het voetballen bij de B-junioren maakt plaats voor meer overleg en beheersing in woord en daad. Ook de onderlinge controle, het op elkaar letten en becommentariëren wordt genuanceerder en meer gericht op het collectieve resultaat. Specifieke kwaliteiten van spelers worden bij de A gebruikt voor het team. De A-trainer-coach merkt hoe belangrijk het is voor een speler dat hij weet met welke gedachte de ploeg speelt, en dat iedereen met dezelfde grondgedachte speelt. Dan pas zijn allerlei keuzes te maken en kunnen spelers de betekenissen realiseren en samenwerken. Het begrijpen van elkaar, het elkaar aanvoelen in een spelsituatie worden zo veel eenvoudiger te begrijpen. Het begint bij een paar simpele afspraken en kan heel ver doorgevoerd worden. De A-trainer-coach is in staat om de voetbalproblemen uit de wedstrijd te vertalen in geschikte oefenstof, waarbij hij voortdurend rekening houdt met de grote verschillen in belasting en ontwikkeling binnen zijn spelersgroep.

Leeftijdskenmerken, A-spelers wie zijn dat?

De spelers beginnen zich zo langzamerhand als volwassen spelers voor te doen. De plaats is bevochten, de kwaliteiten, tekortkomingen, karaktertrekken hebbelijk- en onhebbelijkheden zijn bekend en hun positie op het veld en in het team hebben een meer definitief karakter gekregen. Ook de lichamelijke ontwikkeling kent niet meer van die onstuimige kenmerken. Hierdoor kunnen spelers zich ook meer gaan richten op waar ze talent en passie voor hebben. Ze kunnen zich ook meer op verder gelegen doelen richten en overzien dingen beter. Spelers in deze leeftijd hebben de groeispurt achter de rug. De coördinatie en mobiliteit worden steeds beter. De looptechniek is gelijk aan die van een volwassene. De snelheid, die hij in de C en B-junioren door de groeispurt enigszins verloor, komt terug. Ook het balgevoel komt terug op het oude niveau. Het is aan te raden om serieus aandacht te besteden aan een grondige warming-up met aandacht voor coördinatie, kracht en lenigheid. Het is voor A-junioren heel belangrijk, dat ze bij een groep horen. De A-speler is heel gevoelig voor zijn plaats in het team: de pikorde ! Binnen een voetbalteam wordt de hiërarchie bepaald, door de belangrijkheid voor het team. Veel A- spelers zijn bij conflicten minder aanspreekbaar en kiezen, bang voor gezichtsverlies, snel voor rigoureuze stappen. Ze hebben behoefte aan duidelijkheid, vanzelfsprekende, maar nooit geforceerde discipline en eerlijkheid. A-junioren zijn gevoelig voor kritiek op hun functioneren en oneerlijkheid door leidinggevende personen. Het is een maatschappelijke trend dat jongeren in de leeftijd van 16 tot 18 jaar snel geneigd zijn om af te haken als ze met tegenslagen of kritiek geconfronteerd worden. Ook hebben ze een speciale antenne als ze denken dat een trainer niet eerlijk handelt.

De specifieke leeftijdskenmerken zijn:

  • het karakter stabiliseert zich
  • toenemende zelfkritiek en zelfkennis
  • denken meer in het teambelang en zijn geschikt voor prestatief denken
  • niet alleen de groep is belangrijk maar ook de eigen ik wil graag op de voorgrond
  • willen verantwoording samen dragen
  • willen presteren en zich doen gelden
  • benadering lichamelijke volwassenheid , nauwelijks gevaar voor overbelasting
  • kracht, interval- en duurarbeid kan verhoogd worden
  • meer toenemende breedtegroei en spiervolume, hoogtepunt in het leren van motorische vaardigheden
  • betere verhouding met het gezag (trainer, scheidsrechter enz.)
  • hebben meer controle, zijn in staat om te temporiseren

Hoewel de trainer vooral de opleidingsdoelen in de gaten moet houden, is voor de A-speler winnen heel belangrijk. Daarom kan hij aangesproken worden over zijn bijdrage aan het wedstrijdresultaat. De A- speler kan dus leren dat hij zich ondergeschikt moet maken aan het teambelang. Het gaat om het samenwerken en presteren als team. Als trainer kun je ingaan op zowel individuele-, linie- als teamtaken. Van de anderen kant is de aandacht voor het individu binnen het team een belangrijke opdracht voor de trainer van deze leeftijdsgroep. De spelers van het team zetten zich in voor het bereiken van een bepaalde doelstelling (bijvoorbeeld kampioen worden). Het wordt duidelijk dat ze ergens in willen investeren. Er wordt begrepen dat je eerst moet trainen om daar in een later stadium profijt van te krijgen. De A-junioren begrijpen waar het om gaat en vinden het mooi wanneer het positief uitpakt. Spelers zijn nu in het algemeen beter bestand tegen de moeilijkheden die het spelen in de kleine ruimte met zich meebrengt. Het onrustige dat de B-junioren kenmerkt is er af en maakt plaats voor een beheerster optreden. Door spelers wordt onderling ook meer gelet op het spel van elkaar, hetgeen zich uit in het elkaar meer en gerichter coachen in het veld. De technische vaardigheden zijn op deze leeftijd volop ontwikkeld. Bij individuele spelers is er vooral vooruitgang te zien op het tactische en fysieke vlak. De A-junior weet heel goed waar het om gaat tijdens de wedstrijd. Dat betekent dat er op de training wedstrijdgericht gewerkt kan worden. Het coachen van elkaar moet verder gestimuleerd worden en zo vaak als mogelijk moeten de spelers met wedstrijdsituaties geconfronteerd worden.

Wat betekent dat voor de begeleiding/coaching van A-jeugd?

  • blijf motiveren en positief coachen!
  • zorg voor natuurlijk overwicht
  • verplaats je in de belevingswereld van deze pubers
  • ben duidelijk en consequent
  • ruimte laten voor eigen ontdekkingen, niet alles voorkauwen
  • individuele aandacht, reserveer tijd voor gesprekken
  • stel vragen laat ze meedenken en zelf met antwoorden komen
  • herhalen en specialiseren van basisvaardigheden
  • ontwikkelen op 1 of 2 posities
  • fysieke belastbaarheid neemt toe en spelers zijn klaar voor prestatief denken
  • stimuleren van de teamgeest (samen ergens naar toewerken)
  • benaderen en bespreken van de wedstrijd (besprekingen)
  • schenk veel aandacht aan teamorganisatie, teamtaken, teamfuncties en basistaken
  • visueel, laat dingen zien en gebruik hulpmiddelen

Voetbaltechnische doelstellingen – wat willen we ze leren?

Vanuit hun visie op voetbal en de logische structuur van voetbal heeft de KNVB binnen het jeugdvoetballeerproces voor iedere leeftijdscategorie een hoofddoelstelling geformuleerd en daarbij behorende aan te leren doelstellingen bij de teamtaken aanvallen, omschakelen en verdedigen.

Hoofddoelstelling A-junioren: het leren presteren als team in een competitie.

Leerdoelen Aanvallen

De bedoeling van het aanvallen is om doelpunten te scoren, hoe maakt niet uit. Wat wel uitmaakt is of spelers op deze leeftijd in staat zijn elkaars mogelijkheden, ondergebracht in taken binnen een bepaalde teamorganisatie, te onderkennen, te kennen en te benutten. Bij de A-junioren wordt het spel van tijd en ruimte een hoofdthema in het leerproces. In de uitvoering van alle aanvallende handelingen wordt niet verwacht dat alles zoals bedoeld wordt gerealiseerd, echter de intentie moet wel duidelijk aan het handelen af te lezen zijn. Het leren beheersen van de ruimte en het speltempo zijn het uitgangspunt voor het verder ontwikkelen van alle voetbalhandelingen met en zonder bal. Wanneer op het juiste moment wordt positie gekozen (vrij lopen / aanbieden) in de juiste richting of ruimte en met de juiste snelheid dan moet dat resulteren in een betere aanvalsactie (opbouwen en scoren). De taken die aan de verschillende posities binnen een bepaalde teamorganisatie zijn verbonden worden specialistischer. Het in beeld krijgen welke opties voor welke positie relevant zijn krijgt meer inhoud. Op grond van het beter in beeld krijgen van deze opties in het aanvallen wordt het handelingsarsenaal van de speler ruimer en efficiënter. Bij de A-junioren gaat het niet uitsluitend om in het begin van de wedstrijd het gewenste uit kunnen voeren, maar ook onder vermoeidheid in het eindstadium van de wedstrijd. En ook niet tijdens één wedstrijd, maar in een competitiereeks van wedstrijden met steeds wisselende tegenpartijen en onder steeds veranderende druk (stand competitie bijvoorbeeld). Het kunnen hanteren van het speltempo, ook onder wisselende omstandigheden, is ook een aspect wat verder benadrukt moet worden. Alles gebaseerd op de doelstelling dat er gespeeld moet gaan worden om te winnen. Het beter kunnen hanteren van de tijdruimtelijke factoren moment, snelheid, positie en richting moet het handelen efficiënter en doelgerichter maken. In de coaching ligt de nadruk op deze aspecten. Het elkaar coachen tijdens de wedstrijd of oefensituaties krijgt hoe langer hoe meer inhoud en betekenis.

Leerdoelen Omschakelen

Bij het omschakelen gaat het steeds meer en meer om de context waarbinnen het plaatsvindt. Elke teamorganisatie kent zijn eigen eisen, zeker ook in de omschakelmomenten. Dit manifesteert zich vooral in de verschillen in de gecreëerde en te bespreken ruimten. Dit heeft op zijn beurt weer consequenties voor het handelen van de spelers. Het omschakelen krijgt er dus weer een dimensie bij, gegeven de verschillende teamorganisaties. Door de grotere betekenis van het resultaat van een wedstrijd en de grotere weerstanden die een tegenpartij kan mobiliseren, is het trainen van het volhouden van beter en vaker handelen een onderdeel in de wekelijkse trainingsarbeid. Het omschakelen wordt meer een bewust te hanteren wapen / middel. Het feit dat het omschakelen vooral snel moet gebeuren om weer tot aanvallen of tot verdedigen te komen moet hier worden gerelativeerd. Het omschakelen gaat meer en meer een rol spelen in het reguleren / beheersen van het speltempo (temporiseren). Het winnen van de bal of het onderscheppen van de bal gaat niet uitsluitend meer om weer zo snel mogelijk tot aanvallen te komen. Het herkennen van de mogelijke kritieke momenten in aanvallen en verdedigen en daarop tijdig anticiperen is de volgende stap in het leerproces. Bij het aanvallen en het verdedigen zijn alle spelers betrokken. Spelers moeten op die momenten dat de bal gewonnen of verloren wordt inzicht gaan ontwikkelen. Inzicht in dit moment, het herkennen ervan, erop anticiperen vanuit de eigen positie op een juiste manier handelen en dit door alle elf spelers in samenhang met elkaar, doen ertoe bij A-junioren. Het vooruit lezen van de wedstrijd wordt steeds belangrijker. Het omschakelen vraagt in deze periode ook specifieke aandacht voor het voetbalconditionele aspect. Het gaat om het volhouden van en vaker en beter omschakelen.

Leerdoelen verdedigen

Het ontwikkelen van de verdedigende teamfunctie biedt de mogelijkheid om de contouren van een hecht team neer te zetten. Het verdedigen is een zaak voor alle spelers. Het ontwikkelen van de verdedigende teamfunctie is dan ook de basis van het teambuildingsproces van A- junioren en het vervolg in het seniorenvoetbal. Binnen het verdedigen worden de verschillen die er zijn wanneer er in een andere gewijzigde teamorganisatie wordt gespeeld aan de orde gesteld en geoefend. Het doelmatig verdedigen van alle spelers krijgt meer en meer vorm door kennis van en inzicht in het spelen in een bepaalde teamorganisatie. Naast de algemene principes van verdedigen komen er ook verdedigende handelingen om de hoek kijken die horen bij het verdedigen bij een andere teamorganisatie. Elke teamorganisatie kent zijn eigen structuur, kenmerken, voor en nadelen. De spelers hebben binnen een bepaalde teamorganisatie een basistaak. De bedoeling bij het verdedigen blijft in alle gevallen het voorkomen van doelpunten van de tegenpartij. Alleen hoe dat vorm krijgt en welke eisen dat stelt aan de spelers is uiteraard afhankelijk van de kwaliteiten van de tegenpartij maar zeer zeker ook van hoe de spelers ten opzichte van elkaar opereren.

Training

De A-junioren trainen (indien mogelijk) twee keer per week 90 minuten. We starten de training met een w-up die bestaat uit voetbalcoördinatie. In de kern kiezen we oefenvormen die passen bij de doelstelling van de training. We eindigen de training met een partijspel, waarin we de geleerde vaardigheden gaan toetsen.

Tijdens trainingen werken we aan het verbeteren van het spelen in teamverband. Werken aan de techniek en het tactisch inzicht tijdens wedstrijdsituaties. Het inzicht van spelers neemt toe. Naast het hoe, is ook het waarom van een voetbalactie belangrijk. Individuele ontwikkeling in teamverband staat centraal. Houd rekening met verschillen tussen spelers en de fysieke belasting. Het fysieke en mentale aspect wordt steeds belangrijker. Wissel intensieve momenten en begeleidend coachen af met korte duidelijke aanwijzingen in een situatief coachmoment. Ga in gesprek met de spelers en probeer ze te betrekken door ze verantwoordelijkheid te geven.

Concreet betekent dit dat kinderen voetbal leren door veel dezelfde voetbalhandelingen te oefenen in wedstrijdsituaties. De coach helpt kinderen om het voetbalspel te ontdekken. Er is plaats voor een korte uitleg of correctie a.d.h.v. een gekozen doelstelling van de training. Maar het allerbelangrijkste is natuurlijk: Plezier hebben in het spelletje!

Op de website www.sparta25jeugd.nl vindt U geschikte oefenstof voor elke categorie. Daarnaast beschikken wij over veel extra oefenstof uit andere bronnen om de techniek te verbeteren. Vraag er gerust naar bij de (assistenten) Hoofd Jeugdopleiding.

Wedstrijd

Sparta’25 wil graag georganiseerd, verzorgd, opbouwend en aanvallend voetbal spelen. Attractief maar ook effectief en realistisch voetbal op basis van een groot technisch vermogen met een optimale wedstrijdinstelling (maximale inzet, strijd, duelkracht). Goed uitgevoerd positiespel met een hoog bal tempo startend met een opbouw vanaf de keeper.

Een goede teamorganisatie vinden we belangrijk. Alle spelers dienen de gekozen teamorganisatie en de bijbehorende basistaken te kennen. De basistaken per team, linie en positie vormen het uitgangspunt voor de spelers. Alle spelers hebben zowel aanvallend als ook verdedigend een basistaak.

Voor het 11 tegen 11 hanteren we een vaste teamorganisatie waarin allerlei soorten spelers zich kunnen ontwikkelen. Bij de A-jeugd draait alles om het leren presteren in teamverband.

Standaard wordt gespeeld in een 1-4-3-3 formatie (11 tegen 11). De verdeling van de spelers over het speelveld in de teamorganisatie 11-11 ziet er als volgt uit:

11x11

Basistaken binnen het 11 tegen 11

Basistaak doelverdediger (1)

verdedigenomschakelenaanvallen

Positie kiezen bij schoten, voorzetten en duel 1 tegen 1.

Verwerken van de bal (handelingen met bal)

  • vallen
  • vangen
  • tippen
  • stompen

Organiseren van de verdediging (coachen) in het algemeen en specifiek bij spelhervattingen.

Na balverlies:
Snel in positie komen om het doel weer te kunnen verdedigen.

Anticiperen op bal die direct diep wordt gespeeld (rugdekking / doel verkleinen)

Na balverovering kijken of:
Direct dieptepass mogelijk?

Goede voortzetting.

Diep denken, diep spelen, meedoen in het positiespel.

Goede voortzetting d.m.v. pass, uitworp, uittrap, doeltrap.

Geen risico's nemen.

Organiseren en bewaken van de restverdediging.

 

Basistaak vrije verdediger (3)

verdedigenomschakelenaanvallen

Rugdekking verzorgen centraal en aan de zijkanten.

Oppakken doorkomende middenvelders.

Scherp (juiste moment) en sterk (juiste manier) in de duels.

Organiseren van de verdediging (coachen).

Na balverlies:
Snel in positie komen om (weer) rugdekking te kunnen geven.

Anticiperen op bal die direct diep wordt gespeeld.

Na balverovering kijken of:
Direct dieptepass mogelijk?

Goede voorbereiding d.m.v. (diepte) pass of indribbelen.

Zorgen voor een man extra om tot een goede opbouw te komen.

Inspelen (over de grond/door de lucht) van spitsen, middenvelders en verdedigers.

Op het moment dat de lange bal wordt gespeeld, aansluiten.

(Op het juiste moment) inschuiven op het middenveld.

Aanspeelbaar zijn om terugpass mogelijk te maken.

Coachen van medespelers.

 

Basistaak rechter- en linkervleugelverdediger en voorstopper (2,5 en 4)

verdedigenomschakelenaanvallen

Directe tegenstander dekken (binnenkant - tussen tegenstander en het doel).

Dicht bij eigen doel, kort dekken.

Scherp (juiste moment) en sterk (juiste manier) in de duels.

Schoten op doel blokkeren.

Gevaarlijkste tegenstander overnemen.

Knijpen/rugdekking geven.

Na balverlies:
Snel in positie komen en directe tegenstander dekken.

Anticiperen op bal die direct diep wordt gespeeld.

Na balverovering kijken of:
Direct dieptepass mogelijk?

Goede voorbereiding d.m.v. (diepte) pass of indribbelen.

Positie kiezen (vrijlopen, aanbieden).

Met de juiste snelheid inspelen van medespelers (diep denken/diep doen).

Verplaatsen van het spel.

Terugpass mogelijk maken.

Mee aansluiten richting middenlijn bij lange bal van doelverdediger.

Geen risico's nemen.

 

Basistaak rechter- en linkermiddenvelder (6 en 8)

verdedigenomschakelenaanvallen

In eigen zone spelen en positie kiezen tussen tegenstander en eigen doel.

Kort dekken in de omgeving van de bal.

Druk op de balbezittende tegenstander - dieptepass voorkomen en niet laten uitspelen.

Scherp (juiste moment) en sterk (juiste manier) in de duels.

Naar kant van de bal toe rugdekking geven en ruimte wegnemen (knijpen).

Gevaarlijkste tegenstander overnemen.

Als op de bal gejaagd wordt, geen ontsnappingsmogelijkheid bieden.

Na balverlies:
Zo snel mogelijk omschakelen.

Speler dicht bij de bal dieptepass voorkomen, druk op de bal.

Snel in positie komen en directe tegenstander dekken.

Snel rugdekking geven en ruimte wegnemen.

Na balverovering kijken of:
Direct dieptepass mogelijk?

Diepgaande spelers, buitenspel?

Eventueel zelf loopactie in de diepte (omzeilen buitenspel).

Uitwaaieren, positiespel spelen.

Controlerende taak, balans.

Ruimte creëren om tot goed positiespel te komen.

Niet lopen met de bal (balverlies).

Geen risico's (breedtepasses).

Niet steeds voor de linker- en rechterspits de ruimte dichtlopen.

Bij aanval aan de andere kant opduiken in het strafschopgebied of positie kiezen voor afvallende bal (kopkracht / schieten van afstand).

 

Basistaak centrale middenvelder (10)

verdedigenomschakelenaanvallen

In eigen zone spelen en positie kiezen tussen tegenstander en eigen doel.

Kort dekken in de omgeving van de bal.

Druk op de balbezittende tegenstander - dieptepass voorkomen en niet laten uitspelen.

Scherp (juiste moment) en sterk (juiste manier) in de duels.

(Naar kant van de bal toe) rugdekking geven en ruimte wegnemen.

Opvangen inschuivende centrale verdediger tegenpartij.

Als op de bal gejaagd wordt, geen ontsnappingsmogelijkheid bieden.

Na balverlies:
Zo snel mogelijk omschakelen.

Speler dicht bij de bal dieptepass voorkomen, druk op de bal.

Snel in positie komen en directe tegenstander dekken.

Snel rugdekking geven en ruimte wegnemen.

Na balverovering kijken of:
Direct dieptepass mogelijk?

Diepgaande spelers, buitenspel?

Eventueel zelf loopactie in de diepte (omzeilen buitenspel).

Uitwaaieren, positiespel spelen.

Kiezen van de juiste positie, niet te diep spelen / dienend ten opzichte van de centrale spits.

Ruimte creëren om tot goed positiespel te komen.

Niet lopen met de bal (balverlies).

Geen risico's (breedtepasses).

Komen in scoringspositie (opduiken in het strafschopgebied of positie kiezen voor de afvallende bal).

Maken van doelpunten.

 

Basistaak rechter- en linker vleugelspits (7 en 11)

verdedigenomschakelenaanvallen

Veldbezetting: ruimte klein maken (naar binnen knijpen).

Niet alleen verantwoordelijk voor directe tegenstander.

Ruimte op middenveld verdedigen (knijpen).

Dieptepass voorkomen (dwingen tot breedtepass).

Niet laten uitspelen, tijd winnen, zodat medespelers kunnen herstellen.

Overnemen andere (gevaarlijkere) tegenstander.

Bal veroveren.

Na balverlies:
Zo snel mogelijk omschakelen.

Dicht bij de bal, dieptepass voorkomen, druk op de bal.

Knijpen, pressen op de bal, niet uitgespeeld worden.

Na balverovering kijken of:
Je direct kunt scoren?

Of dat je een medespeler kunt laten scoren.

Loopacties in de diepte (breed of binnendoor)

  • let op buitenspel

Ruimte zo snel mogelijk groot maken (uitwaaieren).

Positie kiezen / ruimte creëren.

Vrijlopen, aanbieden breed en diep ("lezen van de opbouw").

Individuele actie, 1-2 combinatie.

Voorzetten geven.

Bij voorzetten van de andere kant erbij zitten.

Doelpunten scoren.

 

Basistaak centrumspits (9)

verdedigenomschakelenaanvallen

Veld klein maken en in samenwerking met de vleugelspitsen opbouw tegenpartij storen / afschermen.

Dwingen tot breedtepass / dieptepass wegnemen.

Niet laten uitspelen.

Druk op balbezitter, juiste moment aanval op de bal.

Opvangen van opkomende verdediger.

Na balverlies:
Zo snel mogelijk omschakelen.

Dicht bij de bal, dieptepass voorkomen, druk op de bal.

Niet uitgespeeld worden.

Na balverovering kijken of:
Je direct kunt scoren?

Of dat je een medespeler kunt laten scoren.

Loopacties in de diepte

  • let op buitenspel

Ruimte zo snel mogelijk groot maken.

Vrijlopen, aanbieden breed en diep ("lezen van de opbouw").

Alert zijn op de dieptepass.

Individuele actie, 1-2 combinatie.

In scoringspositie komen.

Scoren van doelpunten.

Ruimte creëren voor opkomende middenvelders en vleugelspitsen.

Instagram

Fout: API koppeling ontbreekt

Tweets

Volg Sparta'25