JO17

Algemeen

De ontwikkeling van het individu staat in onze opleiding centraal. Dat vraagt zeker in een teamsport als voetballen om de nodige aandacht, takt en overredingskracht. B-junioren zijn erg op zoek naar hun plek in de maatschappij. Ze bewegen zich in een periode in hun ontwikkeling, die bij de C-junioren in gang is gezet, waarbij ze heel erg met zichzelf in de clinch kunnen liggen en waar ze een weg zoeken om hun plek te veroveren. Dit geldt zowel voor de plek in het gezin, als op school en de voetbalclub. Het is de periode van trial and error (uitproberen). Zichzelf willen manifesteren en bewijzen is een belangrijke drijfveer. De wil om zich te bewijzen ontwikkelt zich tot bewustwording van wat belangrijk gevonden wordt, welke verantwoordelijkheid ze nemen, welke kwaliteiten ze hebben, waar men zich in kan onderscheiden binnen een groep of team. Er ontstaat binnen de spelersgroep een pikorde. Een bewuster en evenwichtiger omgaan met de omgeving (medespelers, coach, scheidsrechter) zit eraan te komen. De fysieke belastbaarheid wordt groter en naast beter en sneller handelen kan in deze leeftijdscategorie ook aandacht besteed worden aan het volhouden van handelingen (conditie). Uiteraard blijft een hoge belasting wel afhankelijk van het individu.

Profiel van een trainer-coach voor de B-jeugd.

Een goede trainer-coach van de B-junioren eist van zijn spelers dat ze fit aan een wedstrijd beginnen. Hij is heel eerlijk en consequent en heeft overwicht op zijn spelersgroep. Daarnaast beschikt hij over kennis en inzicht in de basisprincipes van teamorganisaties (bijv. 1-4-3-3). Juist bij B-junioren kan het tactisch vermogen met sprongen vooruit gaan. Hij reserveert voldoende tijd voor persoonlijke gesprekken en houdt daarbij rekening met de emotionele uitingen, die bij deze leeftijdsgroep passen. Ook is hij nog jong genoeg van geest om zich te kunnen verplaatsen in de belevingswereld van deze spelers. De trainer moet heel duidelijk zijn in wat hij wil aangeven, wat er goed gaat en wat er fout gaat. Als enkele spelers daar moeite mee hebben en zich gaan afzetten, is het van groot belang dat de trainer niet direct het conflict hoog laat oplopen tijdens de training, maar zich wat van zijn diplomatieke kant laat zien. Specifieke kwaliteiten van spelers worden bij de B gebruikt voor het team. De trainer-coach merkt hoe belangrijk het is voor een speler dat hij weet met welke gedachte de ploeg speelt, en dat iedereen binnen het team zich hieraan conformeert. Dan pas zijn allerlei keuzes te maken en kunnen spelers de betekenissen realiseren en samenwerken. Het begrijpen van elkaar, het elkaar aanvoelen in een spelsituatie wordt zo veel eenvoudiger te begrijpen. Het begint bij een paar simpele afspraken en kan heel ver doorgevoerd worden. De B-trainer-coach is in staat om de voetbalproblemen uit de wedstrijd te vertalen in geschikte oefenstof, waarbij hij voortdurend rekening houdt met de grote verschillen in belasting en ontwikkeling binnen zijn spelersgroep.

Leeftijdskenmerken, B-spelers wie zijn dat?

Veel spelers maken in de B-jeugd grote veranderingen mee. Dat gaat gepaard met de nodige emotionele onrust. De motivatie kan in deze periode heel wisselend zijn. Ook de prestaties in een wedstrijd zijn soms zeer wisselvallig. Deze fase kenmerkt zich ook door de gevolgen van de grote veranderingen van het lichaam. De lengtegroei zet zich verder door. Alle kenmerken van puberteit, zoals lusteloosheid, lamlendigheid, onredelijkheid en humeurigheid komen nog voor. Er is vaak de vraag naar het “waarom”. Vaak is ook gedrag te zien waarbij het lijkt dat heel de wereld tegen de speler is (“de scheidsrechter heeft de pik op me”, "ik sta op de verkeerde positie", enz.). Vaak hebben B-spelers grote moeite met het naleven van de groepsafspraken, omdat die niet passen bij de normen, die zij aan zichzelf stellen. Van de andere kant willen B-junioren ook verantwoording hebben en dragen. Bij de B-junioren wordt vaak de basis gelegd voor het ontwikkelen van eigen verantwoordelijkheid en inzicht in teambelangen. B-junioren kunnen waarde toekennen aan een teamprestatie en kunnen ook redelijk hun eigen prestatie beoordelen. De spelers vinden het van belang, dat iedereen met dezelfde grondgedachte speelt. Als de spelers elkaar begrijpen en aanvoelen kunnen zij de spelsituaties beter begrijpen. Er komt langzaamaan een betere verhouding met het gezag.

In het algemeen is deze leeftijdsgroep erg gemotiveerd en is men kritisch zowel op anderen als op zichzelf. B junioren zijn al in staat om het spel kritisch te analyseren. Het winnen van wedstrijden was al belangrijk toen ze in de C-jeugd speelden, maar nu krijgt dit meer waarde. De manier waarop een wedstrijd gewonnen wordt, kan nu objectiever beoordeeld worden en eigen prestatie en teamprestatie kunnen redelijk worden ingeschat. Als de spelers de vorige fase redelijk hebben doorlopen, kunnen ze ook zelf aangeven wat er globaal wel en niet functioneerde. Je staat soms versteld van het scherpe analysevermogen van spelers. De directe wedstrijd (de vorige of de aankomende) wordt nu ook het referentiekader van waaruit geput wordt voor de trainingsinhoud. Ze zijn geschikt voor prestatief denken.

Wat betekent dat voor de begeleiding/coaching van B-jeugd?

  • blijf motiveren en positief coachen!
  • zorg voor natuurlijk overwicht
  • verplaats je in de belevingswereld van deze pubers
  • ben duidelijk en consequent
  • ruimte laten voor eigen ontdekkingen, niet alles voorkauwen
  • individuele aandacht, reserveer tijd voor gesprekken
  • stel vragen laat ze meedenken en zelf met antwoorden komen
  • herhalen en specialiseren van basisvaardigheden
  • ontwikkelen op 1 of 2 posities
  • fysieke belastbaarheid neemt toe en spelers zijn klaar voor prestatief denken
  • stimuleren van de teamgeest (samen ergens naar toewerken)
  • benaderen en bespreken van de wedstrijd (besprekingen)
  • schenk veel aandacht aan teamorganisatie, teamtaken, teamfuncties en basistaken
  • visueel, laat dingen zien en gebruik hulpmiddelen

Voetbaltechnische doelstellingen – wat willen we ze leren?

Vanuit hun visie op voetbal en de logische structuur van voetbal heeft de KNVB binnen het jeugdvoetballeerproces voor iedere leeftijdscategorie een hoofddoelstelling geformuleerd en daarbij behorende aan te leren doelstellingen bij de teamtaken aanvallen, omschakelen en verdedigen.

Hoofddoelstelling B-junioren: het leren spelen als een team.

Leerdoelen Aanvallen

Spelers zullen vanuit een bepaalde positie in het elftal het handelen vanuit hun taak verder ontwikkelen. Het gaat erom dat alle spelers door gaan krijgen wat ze van elkaar kunnen verwachten en waarop ze aan te spreken zijn. Steeds meer wordt aandacht besteed aan tijdruimtelijke factoren. Wordt de bal op het juiste been aangespeeld. Is de balsnelheid goed. Staat de ontvangende speler in de goede uitgangshouding. Schermt hij de bal goed af. Komt hij voldoende los van zijn tegenstander. Vraagt de speler op het juiste moment de dieptepass, enz.. Handelingen met en zonder bal moeten functioneel zijn in plaats van alleen maar mooi. De spelers richten zich hoe langer hoe meer op een taak waarvoor zij zichzelf geschikt vinden en/of door de coach geschikt worden bevonden. Bij B-junioren gaat het om het verder ontwikkelen van het aanvallen in relatie tot een betere onderlinge afstemming en het bewust kunnen ontregelen van het verdedigende spel van de tegenpartij.

Na het leren beheersen van de bal en het overkomen van weerstanden zoals tegenstander, spelregels, het spelen in een teamorganisatie en het spelen als team is een volgende stap waar winst is te boeken valt: het leren omgaan met tijd en ruimte. Een nieuw element is het beheersen van het speltempo: de snelheid waarmee de bal in de lengterichting wordt verplaatst. Het wordt genoemd het temporiseren van het spel. Het heeft tot doel om het handelen van de tegenpartij zo te beïnvloeden dat er meer tijd en ruimte ergens op het speelveldgedeelte ontstaat waar in aanvallend opzicht gebruik van kan worden gemaakt.

Leerdoelen Omschakelen

Het zal zo langzamerhand voor iedereen duidelijk zijn dat het omschakelen van aanvallen naar verdedigen en omgekeerd een zeer belangrijke plaats in het spelen op resultaat van een team inneemt. Het is de periode dat er geen plaats meer is voor stilstaan bij teleurstelling na een mislukte actie, het mopperen op medespelers en/of de scheidsrechter. Al met al moet het omschakelen meer en meer geleid worden door het beter herkennen van omschakelsituaties, het interpreteren en adequaat anticiperen door juist te handelen, en dat door 11 spelers. Alle handelingen die bij het omschakelen bij B-junioren aan de orde komen worden bezien tegen de achtergrond van het feit dat het resultaat van de wedstrijd een belangrijke graadmeter wordt. De spelers zullen het uitgangspunt "snel omschakelen" en "diepte gaat voor breedte" moeten plaatsen binnen de context van de stand van de wedstrijd, de nog resterende speeltijd, de kracht van de tegenpartij en andere omstandigheden (veld/weer). Omschakelen wordt hoe langer hoe meer een integraal wapen in het willen winnen van een wedstrijd. Vooral in de wedstrijdvoorbereidingen en wedstrijd coaching kan op dergelijke aspecten worden ingespeeld. Dit zijn belangrijke aspecten voor het leerproces van B-junioren. Onder alsmaar groter wordende druk en weerstand van het belang van het resultaat van de wedstrijd en de tegenpartij zal het handelen binnen het omschakelen hierop afgestemd en verder ontwikkeld moeten worden. Met andere woorden, hoe manoeuvreren spelers zich zo nuttig mogelijk in omschakelsituaties in het kader van winst of verlies. Het omgaan met de tijdruimtelijke aspecten geeft veelal al aan of begrepen wordt wat er in het kader van het resultaat van de wedstrijd gedaan moet worden. Spelers hebben op basis van ervaring een beeld van mogelijke oplossingen en zinvolle acties. De kwaliteit van anticiperen daar gaat het om en dat in teamverband en resultaatgericht.

Leerdoelen verdedigen

Alle spelers hebben een rol in het verdedigen. Bij B-junioren kan het nogal eens voorkomen dat dit onderdeel van het spel, voor de meeste spelers het minst aantrekkelijkste, onvoldoende wordt opgepakt. Het gaat vooral om de doelstelling - het spelen als team - heel nadrukkelijk, vertaald naar het verdedigen, extra accent te geven. Ondanks individuele verschillen zal iedere speler deel moeten uitmaken van een team dat ook verdedigt. Verdedigen wordt een collectieve activiteit waar niet één speler kan verzaken. Wat de ene speler doet heeft consequenties voor de andere spelers. Het gaat om het verder ervaring opdoen, het handelen efficiënter maken, de onderlinge samenhang verfijnen. Het beter kunnen omgaan met spelregels en meer invloed uit kunnen oefenen op medespelers (elkaar coachen). Door een beter inzicht in situaties waar verdedigd moet worden, wordt het handelen zonder bal (positie kiezen, knijpen, terugzakken, druk zetten, afjagen, enz.) ook veel efficiënter. Spelers gaan leren situaties of acties van tegenstanders vroegtijdig te herkennen. Vervolgens anticiperen spelers op dergelijke spelsituaties en handelen in overeenstemming met het doel.

Training

De B-junioren trainen (indien mogelijk) twee keer per week 90 minuten. We starten de training met een w-up die bestaat uit voetbalcoördinatie. In de kern kiezen we oefenvormen die passen bij de doelstelling van de training. We eindigen de training met een partijspel, waarin we de geleerde vaardigheden gaan toetsen.

Tijdens trainingen werken we aan het verbeteren van het spelen in teamverband. Werken aan de techniek en het tactisch inzicht tijdens wedstrijdsituaties. Het inzicht van spelers neemt toe. Naast het hoe, is ook het waarom van een voetbalactie belangrijk. Individuele ontwikkeling in teamverband staat centraal. Houd rekening met verschillen tussen spelers en de fysieke belasting. Het fysieke en mentale aspect wordt steeds belangrijker. Wissel intensieve momenten en begeleidend coachen af met korte duidelijke aanwijzingen in een situatief coachmoment. Ga in gesprek met de spelers en probeer ze te betrekken door ze verantwoordelijkheid te geven.

Concreet betekent dit dat kinderen voetbal leren door veel dezelfde voetbalhandelingen te oefenen in wedstrijdsituaties. De coach helpt kinderen om het voetbalspel te ontdekken. Er is plaats voor een korte uitleg of correctie a.d.h.v. een gekozen doelstelling van de training. Maar het allerbelangrijkste is natuurlijk: Plezier hebben in het spelletje!

Op de website www.sparta25jeugd.nl vindt U geschikte oefenstof voor elke categorie. Daarnaast beschikken wij over veel extra oefenstof uit andere bronnen om de techniek te verbeteren. Vraag er gerust naar bij de (assistenten) Hoofd Jeugdopleiding.

Wedstrijd

Sparta’25 wil graag georganiseerd, verzorgd, opbouwend en aanvallend voetbal spelen. Attractief maar ook effectief en realistisch voetbal op basis van een groot technisch vermogen met een optimale wedstrijdinstelling (maximale inzet, strijd, duelkracht). Goed uitgevoerd positiespel met een hoog bal tempo startend met een opbouw vanaf de keeper.

Een goede teamorganisatie vinden we belangrijk. Alle spelers dienen de gekozen teamorganisatie en de bijbehorende basistaken te kennen. De basistaken per team, linie en positie vormen het uitgangspunt voor de spelers. Alle spelers hebben zowel aanvallend als ook verdedigend een basistaak.

Voor het 11 tegen 11 hanteren we een vaste teamorganisatie waarin allerlei soorten spelers zich kunnen ontwikkelen. Bij de B-jeugd draait alles om het verder ontwikkelen van het technisch en tactisch vermogen in wedstrijdsituaties, bij de B-junioren is het leerdoel het leren spelen in teamverband. Spelplezier staat hierbij voorop, maar resultaat krijgt al meer betekenis. Kinderen gaan steeds beter samenwerken en hebben een duidelijkere voorkeur voor een plek binnen het team.

Standaard wordt gespeeld in een 1-4-3-3 formatie (11 tegen 11). De verdeling van de spelers over het speelveld in de teamorganisatie 11-11 ziet er als volgt uit:

11x11

Basistaken binnen het 11 tegen 11

Basistaak doelverdediger (1)

verdedigenomschakelenaanvallen

Positie kiezen bij schoten, voorzetten en duel 1 tegen 1.

Verwerken van de bal (handelingen met bal)

  • vallen
  • vangen
  • tippen
  • stompen

Organiseren van de verdediging (coachen) in het algemeen en specifiek bij spelhervattingen.

Na balverlies:
Snel in positie komen om het doel weer te kunnen verdedigen.

Anticiperen op bal die direct diep wordt gespeeld (rugdekking / doel verkleinen)

Na balverovering kijken of:
Direct dieptepass mogelijk?

Goede voortzetting.

Diep denken, diep spelen, meedoen in het positiespel.

Goede voortzetting d.m.v. pass, uitworp, uittrap, doeltrap.

Geen risico's nemen.

Organiseren en bewaken van de restverdediging.

 

Basistaak vrije verdediger (3)

verdedigenomschakelenaanvallen

Rugdekking verzorgen centraal en aan de zijkanten.

Oppakken doorkomende middenvelders.

Scherp (juiste moment) en sterk (juiste manier) in de duels.

Organiseren van de verdediging (coachen).

Na balverlies:
Snel in positie komen om (weer) rugdekking te kunnen geven.

Anticiperen op bal die direct diep wordt gespeeld.

Na balverovering kijken of:
Direct dieptepass mogelijk?

Goede voorbereiding d.m.v. (diepte) pass of indribbelen.

Zorgen voor een man extra om tot een goede opbouw te komen.

Inspelen (over de grond/door de lucht) van spitsen, middenvelders en verdedigers.

Op het moment dat de lange bal wordt gespeeld, aansluiten.

(Op het juiste moment) inschuiven op het middenveld.

Aanspeelbaar zijn om terugpass mogelijk te maken.

Coachen van medespelers.

 

Basistaak rechter- en linkervleugelverdediger en voorstopper (2,5 en 4)

verdedigenomschakelenaanvallen

Directe tegenstander dekken (binnenkant - tussen tegenstander en het doel).

Dicht bij eigen doel, kort dekken.

Scherp (juiste moment) en sterk (juiste manier) in de duels.

Schoten op doel blokkeren.

Gevaarlijkste tegenstander overnemen.

Knijpen/rugdekking geven.

Na balverlies:
Snel in positie komen en directe tegenstander dekken.

Anticiperen op bal die direct diep wordt gespeeld.

Na balverovering kijken of:
Direct dieptepass mogelijk?

Goede voorbereiding d.m.v. (diepte) pass of indribbelen.

Positie kiezen (vrijlopen, aanbieden).

Met de juiste snelheid inspelen van medespelers (diep denken/diep doen).

Verplaatsen van het spel.

Terugpass mogelijk maken.

Mee aansluiten richting middenlijn bij lange bal van doelverdediger.

Geen risico's nemen.

 

Basistaak rechter- en linkermiddenvelder (6 en 8)

verdedigenomschakelenaanvallen

In eigen zone spelen en positie kiezen tussen tegenstander en eigen doel.

Kort dekken in de omgeving van de bal.

Druk op de balbezittende tegenstander - dieptepass voorkomen en niet laten uitspelen.

Scherp (juiste moment) en sterk (juiste manier) in de duels.

Naar kant van de bal toe rugdekking geven en ruimte wegnemen (knijpen).

Gevaarlijkste tegenstander overnemen.

Als op de bal gejaagd wordt, geen ontsnappingsmogelijkheid bieden.

Na balverlies:
Zo snel mogelijk omschakelen.

Speler dicht bij de bal dieptepass voorkomen, druk op de bal.

Snel in positie komen en directe tegenstander dekken.

Snel rugdekking geven en ruimte wegnemen.

Na balverovering kijken of:
Direct dieptepass mogelijk?

Diepgaande spelers, buitenspel?

Eventueel zelf loopactie in de diepte (omzeilen buitenspel).

Uitwaaieren, positiespel spelen.

Controlerende taak, balans.

Ruimte creëren om tot goed positiespel te komen.

Niet lopen met de bal (balverlies).

Geen risico's (breedtepasses).

Niet steeds voor de linker- en rechterspits de ruimte dichtlopen.

Bij aanval aan de andere kant opduiken in het strafschopgebied of positie kiezen voor afvallende bal (kopkracht / schieten van afstand).

 

Basistaak centrale middenvelder (10)

verdedigenomschakelenaanvallen

In eigen zone spelen en positie kiezen tussen tegenstander en eigen doel.

Kort dekken in de omgeving van de bal.

Druk op de balbezittende tegenstander - dieptepass voorkomen en niet laten uitspelen.

Scherp (juiste moment) en sterk (juiste manier) in de duels.

(Naar kant van de bal toe) rugdekking geven en ruimte wegnemen.

Opvangen inschuivende centrale verdediger tegenpartij.

Als op de bal gejaagd wordt, geen ontsnappingsmogelijkheid bieden.

Na balverlies:
Zo snel mogelijk omschakelen.

Speler dicht bij de bal dieptepass voorkomen, druk op de bal.

Snel in positie komen en directe tegenstander dekken.

Snel rugdekking geven en ruimte wegnemen.

Na balverovering kijken of:
Direct dieptepass mogelijk?

Diepgaande spelers, buitenspel?

Eventueel zelf loopactie in de diepte (omzeilen buitenspel).

Uitwaaieren, positiespel spelen.

Kiezen van de juiste positie, niet te diep spelen / dienend ten opzichte van de centrale spits.

Ruimte creëren om tot goed positiespel te komen.

Niet lopen met de bal (balverlies).

Geen risico's (breedtepasses).

Komen in scoringspositie (opduiken in het strafschopgebied of positie kiezen voor de afvallende bal).

Maken van doelpunten.

 

Basistaak rechter- en linker vleugelspits (7 en 11)

verdedigenomschakelenaanvallen

Veldbezetting: ruimte klein maken (naar binnen knijpen).

Niet alleen verantwoordelijk voor directe tegenstander.

Ruimte op middenveld verdedigen (knijpen).

Dieptepass voorkomen (dwingen tot breedtepass).

Niet laten uitspelen, tijd winnen, zodat medespelers kunnen herstellen.

Overnemen andere (gevaarlijkere) tegenstander.

Bal veroveren.

Na balverlies:
Zo snel mogelijk omschakelen.

Dicht bij de bal, dieptepass voorkomen, druk op de bal.

Knijpen, pressen op de bal, niet uitgespeeld worden.

Na balverovering kijken of:
Je direct kunt scoren?

Of dat je een medespeler kunt laten scoren.

Loopacties in de diepte (breed of binnendoor)

  • let op buitenspel

Ruimte zo snel mogelijk groot maken (uitwaaieren).

Positie kiezen / ruimte creëren.

Vrijlopen, aanbieden breed en diep ("lezen van de opbouw").

Individuele actie, 1-2 combinatie.

Voorzetten geven.

Bij voorzetten van de andere kant erbij zitten.

Doelpunten scoren.

 

Basistaak centrumspits (9)

verdedigenomschakelenaanvallen

Veld klein maken en in samenwerking met de vleugelspitsen opbouw tegenpartij storen / afschermen.

Dwingen tot breedtepass / dieptepass wegnemen.

Niet laten uitspelen.

Druk op balbezitter, juiste moment aanval op de bal.

Opvangen van opkomende verdediger.

Na balverlies:
Zo snel mogelijk omschakelen.

Dicht bij de bal, dieptepass voorkomen, druk op de bal.

Niet uitgespeeld worden.

Na balverovering kijken of:
Je direct kunt scoren?

Of dat je een medespeler kunt laten scoren.

Loopacties in de diepte

  • let op buitenspel

Ruimte zo snel mogelijk groot maken.

Vrijlopen, aanbieden breed en diep ("lezen van de opbouw").

Alert zijn op de dieptepass.

Individuele actie, 1-2 combinatie.

In scoringspositie komen.

Scoren van doelpunten.

Ruimte creëren voor opkomende middenvelders en vleugelspitsen.

Instagram

Fout: API koppeling ontbreekt

Tweets

Volg Sparta'25