JO15

Algemeen

De C-junioren kunnen op een volwaardige manier 11 tegen 11 spelen. Ze laten al kenmerken zien van hoe volwassenen het spel spelen. Er wordt in een bepaalde teamorganisatie (bijv. 1-4-3-3) gespeeld met een duidelijke taakverdeling. Er worden belangrijke stappen gezet in het ontwikkelingsproces van de voetballer. Belangrijk is om al het geleerde uit de vorige perioden te herhalen en steeds meer toe te passen in de wedstrijd. Het gaat er bij de C-junioren vooral om dat spelers verder werken aan de ontwikkeling van hun basisvaardigheden en deze in de praktijk toepassen. Het verder uitbouwen van het leren beheersen van een bepaalde positie binnen een team en de daarbij behorende taken staat centraal.

Profiel van een trainer-coach voor de C-jeugd.

Een goede C-trainer weet op de eerste plaats op de juiste manier om te gaan met de grote verschillen binnen zijn selectie. Hij is zich ervan bewust dat de spelers hard op zoek zijn naar hun eigen identiteit en dat die fase nogal wat problemen met zich kan meebrengen. Een dergelijke trainer toont interesse voor al die veranderingen en laat dat ook in persoonlijke gesprekken merken. Hij maakt duidelijke afspraken met de spelers en houdt zich daaraan, hij heeft op dit gebied zelf een voorbeeldfunctie. Bij het samenstellen van de oefenstof en bij het kiezen van de juiste methodiek houdt hij rekening met de onderlinge verschillen. Hij beschikt over voldoende kennis over teamorganisaties (bijv. 1:4:3:3) zodat hij de belangrijkste uitgangspunten kan bijbrengen. Daarbij houdt hij rekening met de fysieke beperkingen van veel C-spelers bij de uitvoering van het concept. Deze trainer is in staat om voor zijn spelers opdrachten te formuleren, die al een beroep doen op de eigen verantwoordelijkheid. Hij beschikt over kennis op het gebied van teambuilding en kan tijdens trainingen zelf het goede voorbeeld geven.

Leeftijdskenmerken, C-spelers wie zijn dat?

Jongeren in deze leeftijdscategorie ondergaan een groot aantal biologische en sociale veranderingen maar zijn minder volwassen dan dat ze zich aan de omgeving voordoen. Het is de categorie dat jongens en meisjes snel groeien (groeispurt) en zich verder gaan ontwikkelen tot jonge mannen en vrouwen. Voor kinderen zelf vaak een lastige periode (“er lukt niets meer”), coördinatie ontbreekt er is sprake van disharmonie (slungelig). Ook voor de omgeving (“ik doe toch niets goed” en “jullie nemen me niet serieus”) kan het lastig zijn. Leergierigheid kan ontbreken en spelers hebben last van stemmingswisselingen. Ze hebben vaak andere interesses. Vooral de relatie naar de volwassenen loopt in deze periode niet altijd even soepel (ouders, leraren, coach, leider, scheidsrechter en andere kaderleden). De leeftijdsgroep van de C-junioren (12 tot 14 jarigen) laat hele grote verschillen zien zowel fysiek als geestelijk. De ene speler is een stuk verder dan de andere. Er ontstaan vaak groepjes. De geldingsdrang en de behoefte zich te meten met anderen neemt steeds meer toe. C-junioren overschatten zichzelf vaak.

Wat betekent dat voor de begeleiding/coaching van C-jeugd?

Voetballend gezien kunnen er eisen aan de C-junioren gesteld worden wat betreft de taakverdeling binnen het team. De trainer moet heel duidelijk zijn in wat hij wil aangeven. Hij zal, zonder daar diep op in te gaan, duidelijk aan moeten geven wat er goed gaat en wat er fout gaat. Als enkele spelers daar moeite mee hebben en zich gaan afzetten, is het van groot belang dat de trainer niet direct het conflict hoog laat oplopen tijdens de training, maar zich wat van zijn diplomatieke kant laat zien. Begrip hebben voor de reacties, maar het een beetje relativeren. Iemand op de training keihard aanpakken mag dan voor de trainer bevredigend zijn, voor de speler lost het niets op, want hij wordt niet gekend. Het klinkt vaak heel tegenstrijdig, maar juist de wat recalcitrante spelers meer belonen bij een goede actie in het veld kan veel meer effect sorteren dan de meeste trainer-coaches denken. De C-junior weet inmiddels heel goed waar het om gaat tijdens de wedstrijd. Dit betekent dat hier ook het moment is aangebroken op de training wedstrijdgerichter te gaan werken. Het coachen van elkaar moet nadrukkelijk opgepakt worden. Spelers moeten met wedstrijdsituaties geconfronteerd worden. Het inzicht neemt toe en spelers krijgen meer gevoel voor tactiek.

  • positief coachen
  • blijven motiveren
  • vertel met alle begeleiders hetzelfde verhaal: stem uw coaching op elkaar af
  • ruimte laten voor eigen ontdekkingen, niet alles voorkauwen
  • individuele aandacht
  • stel vragen laat ze meedenken en zelf met antwoorden komen
  • herhalen van basisvaardigheden
  • ontwikkelen op 2 tot 3 posities
  • inzicht neemt toe en samenspel wordt steeds beter
  • stimuleren van de teamgeest (samen ergens naar toewerken)
  • benaderen en bespreken van de wedstrijd (besprekingen)
  • consequent zijn, gemaakte afspraken dienen nageleefd te worden
  • schenk veel aandacht aan teamorganisatie, teamtaken, teamfuncties en basistaken
  • visueel, laat dingen zien en gebruik hulpmiddelen

Voetbaltechnische doelstellingen – wat willen we ze leren?

Vanuit hun visie op voetbal en de logische structuur van voetbal heeft de KNVB binnen het jeugdvoetballeerproces voor iedere leeftijdscategorie een hoofddoelstelling geformuleerd en daarbij behorende aan te leren doelstellingen bij de teamtaken aanvallen, omschakelen en verdedigen.

Hoofddoelstelling C-junioren: het leren afstemmen van basistaken binnen een team.

Leerdoelen Aanvallen

Binnen de teamorganisatie worden de eisen die aan de verschillende spelers worden gesteld - gegeven hun positie – zichtbaar. Het wordt mogelijk om de bijdrage van de individuele spelers op een bepaalde positie met een bepaald takenpakket te beoordelen naar wat er als team binnen de teamtaak, bijvoorbeeld opbouwen, moet worden gepresteerd. Het in kaart brengen van het handelen van de verschillende betrokken spelers en het op elkaar afstemmen ervan in trainingen en wedstrijden krijgt bij de C-junioren meer en meer vorm. Het besef van een speler voor de eigen verantwoordelijkheid van zijn taak moet naar voren komen. Het moet de spelers duidelijk worden hoe het beste opgebouwd en gescoord kan worden. Het spel om de tegenstander af te troeven vindt steeds meer plaats op basis van inzicht. Ook de communicatie (alle spelers interpreteren de situatie hetzelfde en geven er dezelfde betekenis aan) wordt ontwikkeld. Voor de spelers moet het steeds zichtbaarder worden dat het spelen in een bepaalde teamorganisatie helpt bij het verder ontwikkelen van de voetbalhandelingen van elke speler. Specialisatie is nog niet echt een onderwerp op deze leeftijd, maar wel wordt duidelijk dat de ene speler meer geschikt is voor een bepaalde taak dan de andere speler. Dit is de fase waar het team meer moet gaan betekenen dan de optelsom van de 11 individuen. Het wordt meer en meer een teamverantwoordelijkheid om de individuele mogelijkheden (talent) op elkaar af te stemmen.

Leerdoelen Omschakelen

In het omschakelen volgt in deze fase het “teamwork”, het gecoördineerd handelen van meerdere spelers. Voor de C-junioren zal – ten opzichte van de D-pupillen – inzicht in de problematiek van het omschakelen meer en meer ontwikkeld worden in relatie tot het afstemmen van verschillende spelers ten opzichte van elkaar. Het resultaat van het omschakelen is dat er zo snel mogelijk, als team, kan worden vervolgd met aanvallen of verdedigen. Teamwork: hetzelfde willen, hetzelfde herkennen, hetzelfde interpreteren en hetzelfde anticiperen. Door elf spelers, die gegeven positie en taak de juiste beslissingen nemen. Een algemeen uitgangspunt bij de C-junioren is het leren beseffen van spelers dat juist omschakelmomenten de momenten zijn waardoor wedstrijden beslist kunnen worden. Dit betekent dat alertheid, anticiperen en het snel handelen kernbegrippen worden. Zelfkritiek is gezond, echter binnen het vuur en de dynamiek van het spel wordt verwacht dat het teambelang het individuele belang naar de achtergrond dringt. Dezelfde voetbalhandelingen als bij de D-pupillen zijn ook bij de C-junioren van toepassing. Voor de C-junioren gelden dezelfde eisen en dezelfde handelingen. Het lezen van situaties wordt steeds belangrijker. Dit vraagt inzicht, snel handelen en teamwork.

Leerdoelen verdedigen

Het verdedigen ontwikkelt zich meer en meer tot een collectieve taak van de verschillende spelers. Begrip, inzicht en communicatie zijn factoren die het handelen van de verschillende individuele spelers moeten vormen tot een team. Wat bij de D-pupillen is aangegeven zet zich in de C-junioren door. Het handelen wordt doelbewuster en ook het rendement wordt beter. Situaties worden in een eerder stadium herkend en er wordt daardoor dan ook meer aandacht besteed aan dingen samen doen met medespelers. Het interpreteren van elkaars handelen om de juiste beslissingen te kunnen nemen. Acties, veelal gelijktijdig door verschillende spelers uit te voeren, vragen veel inzicht en communicatie en zullen veel geoefend moeten worden. Bij de D-pupillen was verdedigen vaak een individueel initiatief. Bij de C-junioren gaat het met name om het als team herkennen van de momenten dat er actief verdedigd kan worden. Het inzicht in de eigen taak, het handelen zonder bal en het mee kunnen lezen met medespelers op andere posities worden hoe langer hoe belangrijker om het verdedigen verder te ontwikkelen. Alle handelingen die bij het verdedigen aan de orde zijn zullen verder ontwikkeld worden in relatie tot de teamcontext. Het gaat er niet meer om of er druk gezet moet worden, of er gedekt moet worden, of er geknepen moet worden, nee, het gaat er om op welk moment en met welk gevolg er wordt gehandeld.

Training

De C-junioren trainen (indien mogelijk) twee keer per week 75 minuten. De oefenvormen duren ongeveer 15 - 20 minuten waarna de kinderen naar een volgende oefenvorm gaan. Deze manier van training zorgt ervoor dat de kinderen diverse oefenvormen aangereikt krijgen dus elke keer opnieuw geprikkeld worden. We starten de training met een w-up die bestaat uit voetbalcoördinatie. In de kern kiezen we oefenvormen die passen bij de doelstelling van de training. We eindigen de training met een partijspel.

Tijdens trainingen werken we aan het verbeteren van de technische vaardigheden in wedstrijdsituaties. Het inzicht van spelers neemt toe. Naast het hoe, wordt ook het waarom van een voetbalactie belangrijk. Individuele ontwikkeling in teamverband staat centraal. Houdt rekening met verschillen tussen spelers en de fysieke belasting. Wissel intensieve momenten en begeleidend coachen af met korte duidelijke aanwijzingen in een situatief coachmoment.

Concreet betekent dit dat kinderen voetbal leren door veel dezelfde voetbalhandelingen te oefenen in wedstrijdsituaties. De coach helpt kinderen om het voetbalspel te ontdekken. Er is plaats voor een korte uitleg of correctie. Geen langdurige concentratie, geen verhalen over hoe het spel gespeeld moet worden. Maar het allerbelangrijkste is natuurlijk: Plezier hebben in het spelletje!

Op de website www.sparta25jeugd.nl vindt U geschikte oefenstof voor elke categorie. Daarnaast beschikken wij over veel extra oefenstof uit andere bronnen om de techniek te verbeteren. Vraag er gerust naar bij de (assistenten) Hoofd Jeugdopleiding.

Wedstrijd

Sparta’25 wil graag georganiseerd, verzorgd, opbouwend en aanvallend voetbal spelen. Attractief maar ook effectief en realistisch voetbal op basis van een groot technisch vermogen met een optimale wedstrijdinstelling (maximale inzet, strijd, duelkracht). Goed uitgevoerd positiespel met een hoog bal tempo startend met een opbouw vanaf de keeper.

Een goede teamorganisatie vinden we belangrijk. Alle spelers dienen de gekozen teamorganisatie en de bijbehorende basistaken te kennen. De basistaken per team, linie en positie vormen het uitgangspunt voor de spelers. Alle spelers hebben zowel aanvallend als ook verdedigend een basistaak.

Voor het 11 tegen 11 hanteren we een vaste teamorganisatie waarin allerlei soorten spelers zich kunnen ontwikkelen. Bij de C-jeugd draait alles om het verder ontwikkelen van de basisvaardigheden in wedstrijdsituaties, bij de C-junioren is het leerdoel het leren afstemmen van basistaken in een team. Spelplezier staat hierbij voorop, resultaat is van ondergeschikt belang. Kinderen gaan steeds meer samenwerken en zien beter het waarom van bepaalde voetbalhandelingen. Ze leren functioneren in een team.

Standaard wordt gespeeld in een 1-4-3-3 formatie (11 tegen 11). De verdeling van de spelers over het speelveld in de teamorganisatie 11-11 ziet er als volgt uit:

11x11

Basistaken binnen het 11 tegen 11

Basistaak doelverdediger (1)

verdedigenomschakelenaanvallen

Positie kiezen bij schoten, voorzetten en duel 1 tegen 1.

Verwerken van de bal (handelingen met bal)

  • vallen
  • vangen
  • tippen
  • stompen

Organiseren van de verdediging (coachen) in het algemeen en specifiek bij spelhervattingen.

Na balverlies:
Snel in positie komen om het doel weer te kunnen verdedigen.

Anticiperen op bal die direct diep wordt gespeeld (rugdekking / doel verkleinen)

Na balverovering kijken of:
Direct dieptepass mogelijk?

Goede voortzetting.

Diep denken, diep spelen, meedoen in het positiespel.

Goede voortzetting d.m.v. pass, uitworp, uittrap, doeltrap.

Geen risico's nemen.

Organiseren en bewaken van de restverdediging.

 

Basistaak vrije verdediger (3)

verdedigenomschakelenaanvallen

Rugdekking verzorgen centraal en aan de zijkanten.

Oppakken doorkomende middenvelders.

Scherp (juiste moment) en sterk (juiste manier) in de duels.

Organiseren van de verdediging (coachen).

Na balverlies:
Snel in positie komen om (weer) rugdekking te kunnen geven.

Anticiperen op bal die direct diep wordt gespeeld.

Na balverovering kijken of:
Direct dieptepass mogelijk?

Goede voorbereiding d.m.v. (diepte) pass of indribbelen.

Zorgen voor een man extra om tot een goede opbouw te komen.

Inspelen (over de grond/door de lucht) van spitsen, middenvelders en verdedigers.

Op het moment dat de lange bal wordt gespeeld, aansluiten.

(Op het juiste moment) inschuiven op het middenveld.

Aanspeelbaar zijn om terugpass mogelijk te maken.

Coachen van medespelers.

 

Basistaak rechter- en linkervleugelverdediger en voorstopper (2, 5 en 4)

verdedigenomschakelenaanvallen

Directe tegenstander dekken (binnenkant - tussen tegenstander en het doel).

Dicht bij eigen doel, kort dekken.

Scherp (juiste moment) en sterk (juiste manier) in de duels.

Schoten op doel blokkeren.

Gevaarlijkste tegenstander overnemen.

Knijpen/rugdekking geven.

Na balverlies:
Snel in positie komen en directe tegenstander dekken.

Anticiperen op bal die direct diep wordt gespeeld.

Na balverovering kijken of:
Direct dieptepass mogelijk?

Goede voorbereiding d.m.v. (diepte) pass of indribbelen.

Positie kiezen (vrijlopen, aanbieden).

Met de juiste snelheid inspelen van medespelers (diep denken/diep doen).

Verplaatsen van het spel.

Terugpass mogelijk maken.

Mee aansluiten richting middenlijn bij lange bal van doelverdediger.

Geen risico's nemen.

 

Basistaak rechter- en linkermiddenvelder (6 en 8)

verdedigenomschakelenaanvallen

In eigen zone spelen en positie kiezen tussen tegenstander en eigen doel.

Kort dekken in de omgeving van de bal.

Druk op de balbezittende tegenstander - dieptepass voorkomen en niet laten uitspelen.

Scherp (juiste moment) en sterk (juiste manier) in de duels.

Naar kant van de bal toe rugdekking geven en ruimte wegnemen (knijpen).

Gevaarlijkste tegenstander overnemen.

Als op de bal gejaagd wordt, geen ontsnappingsmogelijkheid bieden.

Na balverlies:
Zo snel mogelijk omschakelen.

Speler dicht bij de bal dieptepass voorkomen, druk op de bal.

Snel in positie komen en directe tegenstander dekken.

Snel rugdekking geven en ruimte wegnemen.

Na balverovering kijken of:
Direct dieptepass mogelijk?

Diepgaande spelers, buitenspel?

Eventueel zelf loopactie in de diepte (omzeilen buitenspel).

Uitwaaieren, positiespel spelen.

Controlerende taak, balans.

Ruimte creëren om tot goed positiespel te komen.

Niet lopen met de bal (balverlies).

Geen risico's (breedtepasses).

Niet steeds voor de linker- en rechterspits de ruimte dichtlopen.

Bij aanval aan de andere kant opduiken in het strafschopgebied of positie kiezen voor afvallende bal (kopkracht / schieten van afstand).

 

Basistaak centrale middenvelder (10)

verdedigenomschakelenaanvallen

In eigen zone spelen en positie kiezen tussen tegenstander en eigen doel.

Kort dekken in de omgeving van de bal.

Druk op de balbezittende tegenstander - dieptepass voorkomen en niet laten uitspelen.

Scherp (juiste moment) en sterk (juiste manier) in de duels.

(Naar kant van de bal toe) rugdekking geven en ruimte wegnemen.

Opvangen inschuivende centrale verdediger tegenpartij.

Als op de bal gejaagd wordt, geen ontsnappingsmogelijkheid bieden.

Na balverlies:
Zo snel mogelijk omschakelen.

Speler dicht bij de bal dieptepass voorkomen, druk op de bal.

Snel in positie komen en directe tegenstander dekken.

Snel rugdekking geven en ruimte wegnemen.

Na balverovering kijken of:
Direct dieptepass mogelijk?

Diepgaande spelers, buitenspel?

Eventueel zelf loopactie in de diepte (omzeilen buitenspel).

Uitwaaieren, positiespel spelen.

Kiezen van de juiste positie, niet te diep spelen / dienend ten opzichte van de centrale spits.

Ruimte creëren om tot goed positiespel te komen.

Niet lopen met de bal (balverlies).

Geen risico's (breedtepasses).

Komen in scoringspositie (opduiken in het strafschopgebied of positie kiezen voor de afvallende bal).

Maken van doelpunten.

 

Basistaak rechter- en linker vleugelspits (11)

verdedigenomschakelenaanvallen

Veldbezetting: ruimte klein maken (naar binnen knijpen).

Niet alleen verantwoordelijk voor directe tegenstander.

Ruimte op middenveld verdedigen (knijpen).

Dieptepass voorkomen (dwingen tot breedtepass).

Niet laten uitspelen, tijd winnen, zodat medespelers kunnen herstellen.

Overnemen andere (gevaarlijkere) tegenstander.

Bal veroveren.

Na balverlies:
Zo snel mogelijk omschakelen.

Dicht bij de bal, dieptepass voorkomen, druk op de bal.

Knijpen, pressen op de bal, niet uitgespeeld worden.

Na balverovering kijken of:
Je direct kunt scoren?

Of dat je een medespeler kunt laten scoren.

Loopacties in de diepte (breed of binnendoor)

  • let op buitenspel

Ruimte zo snel mogelijk groot maken (uitwaaieren).

Positie kiezen / ruimte creëren.

Vrijlopen, aanbieden breed en diep ("lezen van de opbouw").

Individuele actie, 1-2 combinatie.

Voorzetten geven.

Bij voorzetten van de andere kant erbij zitten.

Doelpunten scoren.

 

Basistaak centrumspits (9)

verdedigenomschakelenaanvallen

Veld klein maken en in samenwerking met de vleugelspitsen opbouw tegenpartij storen / afschermen.

Dwingen tot breedtepass / dieptepass wegnemen.

Niet laten uitspelen.

Druk op balbezitter, juiste moment aanval op de bal.

Opvangen van opkomende verdediger.

Na balverlies:
Zo snel mogelijk omschakelen.

Dicht bij de bal, dieptepass voorkomen, druk op de bal.

Niet uitgespeeld worden.

Na balverovering kijken of:
Je direct kunt scoren?

Of dat je een medespeler kunt laten scoren.

Loopacties in de diepte

  • let op buitenspel

Ruimte zo snel mogelijk groot maken.

Vrijlopen, aanbieden breed en diep ("lezen van de opbouw").

Alert zijn op de dieptepass.

Individuele actie, 1-2 combinatie.

In scoringspositie komen.

Scoren van doelpunten.

Ruimte creëren voor opkomende middenvelders en vleugelspitsen.

Instagram

Fout: API koppeling ontbreekt

Tweets

Volg Sparta'25